logoStichting Gilde Doetinchem

STADSWANDELINGEN DOETINCHEM

  • header-foto-1.jpg
  • u9_normal.png

In een historisch document uit 838 komt de naam ‘villa Duetinghem’ voor. Dit is voor het eerst dat Doetinchem, zij het onder een iets andere naam, op papier genoemd wordt. Omdat iedereen vroeger woorden schreef zoals hij dacht dat ze geschreven moesten worden, zijn er voor Doetinchem in de loop der eeuwen een heleboel namen geweest; Duttichem, Duichingen, Deutekom, enz.

Doordat villa Duetinghem in het document van 838 voorkomt, is bekend dat hier bijna 1200 jaar geleden al mensen woonden. Een villa was een nederzetting met als centrum een grote boerderij met kleinere bijgebouwen en hutwoningen. In Duetinghem hoorde er ook nog een kerkje bij, dat onder verantwoordelijkheid van de bisschop van Utrecht stond.

DE STADSMUUR EN POORTEN

u53 normal u55 normal



Omstreeks 1100 kreeg Doetinchem toestemming een stadsmuur te bouwen. Op de huidige kaarten van Doetinchem is de eivorm van de stad te zien, zoals die was toen de stadsmuur er nog stond. In de stadsmuur zaten vier openingen. Later werden deze openingen vervangen door poorten. Waar nu de oude ophaalbrug over de Oude IJssel ligt, stond vroeger ook al een brug. Vóór deze brug stond de kleinste van de vier Doetinchemse stadspoorten: de Waterpoort. Aan het eind van de Heezenstraat stond de Heezenpoort. Van de Hamburgerpoort is bekend dat deze aan het eind van de Hamburgerstraat stond en in 1302 gebouwd is. Ook aan het eind van de Grutstraat heeft een poort gestaan: de Grutpoort. Om de stadsmuur heen lag een smalle gracht met daaromheen een wal. De huidige Walmolen staat op een restant van deze wal. Buiten de stadswal lag een brede gracht.

u57 normal u59 normal

 

Doetinchem had niet voor niets zulke uitgebreide verdedigingswerken. De stad werd regelmatig belegerd. Helaas ook meestal veroverd, want er waren niet voldoende soldaten om de muur te verdedigen. In de Tachtigjarige Oorlog is Doetinchem twaalf keer belegerd en bezet geweest. De stadsmuur is in 1672 grotendeels afgebroken. De poorten zijn in de tweede helft van de negentiende eeuw verdwenen. In deze periode is ook de stadswal grotendeels weggehaald, behalve dan het gedeelte waar de Walmolen op staat. Een stukje stadsmuur, dat bij opgravingen is gevonden, is naast de Walmolen op het vroegere Misset-terrein herplaatst.

STADSRECHTEN

In 1236 kreeg Doetinchem van Graaf Otto II van Gelre en Zutphen stadsrechten. In ruil voor de stadsrechten moest Doetinchem betalen en soldaten leveren voor het leger van de graaf. Het stadsbestuur stelde regels (wetten) voor de stad op. Die regels werden keuren genoemd. Werd zo’n keur overtreden, dan volgde een strenge straf.

RAMPEN

Zoals gezegd kende Doetinchem vele bezettingen. In de loop der eeuwen is er ook nog andere narigheid geweest. Bijvoorbeeld pestepidemieën. In 1580 is het grootste gedeelte van de Doetinchemse bevolking aan deze ziekte gestorven. Het uitbreken van brand was in die tijd voor een stad veel gevaarlijker dan tegenwoordig. De huizen waren van hout, riet en stro en dus erg brandbaar. Zo is in 1527 de stad bijna helemaal afgebrand. Volgens verhalen uit die tijd was deze brand de schuld van een bakker die onvoorzichtig was bij het drogen van vlas. Ook in 1599 was er een grote brand. Toen is de halve stad afgebrand.

Doetinchem werd verder nogal eens getroffen door overstromingen. Een overstroming vernielde in 1809 de brug over de Oude IJssel. De Oude IJssel was erg kronkelig en ondiep, waardoor de waterafvoer slecht was.

WAT ER NOG WEL IS

De Grote of Catharinakerk in de binnenstad is zo’n gebouw dat, na het bombardement in de Tweede Wereldoorlog op 21 maart 1945, wel is opgebouwd. Al heel lang stond op de markt een kerk. Bij de brand van 1527 is deze verwoest. Na de brand werd op dezelfde plaats een grotere kerk gebouwd. Bij de restauratie na de Tweede Wereldoorlog is de kerk opgebouwd zoals die er voor het bombardement uitzag, met uitzondering van de toren. De toren is nu namelijk tegen de kerk aangebouwd, terwijl deze oorspronkelijk aan de westkant in de kerk stond.

u62 normal

Vlakbij de Catharinakerk staat de Evangelisch-Lutherse kerk. Dit kerkje hoorde bij een middeleeuws gasthuis. De oude naam van dit kerkje is dan ook Gasthuiskapel. Het Gasthuis was een tehuis voor zwervers, armen en zieken. De schade die dit kerkje in de oorlog opliep, is in 1950 hersteld.

Het provinciaal gevangenhuis aan de Nieuwstad dateert van 1776. Het Gevang is tegenwoordig in gebruik als winkel.

DE MARKT

Voor de groei van Doetinchem zijn ook de markten van groot belang geweest. Het is begonnen met een jaarmarkt. Zo’n jaarmarkt was vroeger een heel festijn; er was kermis, de scholen kregen een dag vrij en er kwamen mensen van heinde en ver om hun inkopen te doen. De jaarmarkt groeide uit tot een markt die zes keer per jaar werd gehouden. Nu is er nog steeds twee keer per week een warenmarkt rondom het stadhuis. Van 1881 tot 2001 kende Doetinchem ook een grote veemarkt, op de Veemarkt, de Houtkamp en later in de Houtkamphal.

AMBT EN STAD DOETINCHEM

Vroeger werd de stad omgeven door buurtschappen (Gaanderen, IJzevoorde, Oosseld, Dichteren en Langerak). Deze buurtschappen werden samengevoegd tot de gemeente Ambt Doetinchem. In 1920 zijn Stad en Ambt Doetinchem samengevoegd tot één gemeente. In 1987 werd door annexatie Wijnbergen bij de gemeente Doetinchem gevoegd. In 2005 vond een grote herindeling plaats in de Achterhoek. De gemeente Doetinchem werd uitgebreid met Wehl en een deel van Zelhem

Bron: Gemeente Doetinchem: ‘De geschiedenis van Doetinchem, Wehl en Gaanderen’ (2006)